Jouw verbinding met Suriname

UITSPRAAK
DE KANTONRECHTER IN HET TWEEDE KANTON

Bezwaarschrift wordt afgewezen, de kantonrechter verwijst klager naar een nader te bepalen terechtzitting, terzake van de hem in de dagvaarding ten laste gelegde feiten.
De kantonrechter beveelt de gevangenhouding van de klager.

SRU-K2-2020-1

 
  • InstantieKantongerecht Tweede Kanton
  • Zaaknummeronbekend
  • Uitspraakdatum08 juni 2020
  • Publicatiedatum16 juni 2020
  • RechtsgebiedStrafrecht
  • RelatiesSRU-K2-2020-2
  • Inhoudsindicatie

    Bezwaarschrift wordt afgewezen, de kantonrechter verwijst klager naar een nader te bepalen terechtzitting, terzake van de hem in de dagvaarding ten laste gelegde feiten.
    De kantonrechter beveelt de gevangenhouding van de klager.

UITSPRAAK
DE KANTONRECHTER IN HET TWEEDE KANTON

Gelezen het bezwaarschrift ex artikel 243 van het Wetboek van Strafvordering,
ingediend namens klager ROBERT – GRAY VAN TRIKT,
geboren op 
[datum] in Nederland, van beroep accountant en docent, wonende aan [adres],

bij de kantonrechter in het tweede kanton op zaterdag 23 mei 2020 door diens raadslieden mr. J. Kraag en I.D. Kanhai Bsc, met het verzoek om: “ de dagvaarding te vernietigen en de klager buiten vervolging te stellen”;

Gelet op de beschikking van de kantonrechter in het tweede kanton d.d. dinsdag 26 mei 2020 waarbij de behandeling van het bezwaarschrift in Raadkamer is bepaald op donderdag 28 mei 2020 om 9.30 uur des voormiddags;

Gehoord in Raadkamer d.d. 28 mei 2020 de klager en zijn raadslieden mr. J. Kraag en I.D. Kanhai Bsc;

Gehoord de Officier van Justitie mr. C. Klein – Jules namens het Openbaar Ministerie;

Gelet op het proces-verbaal van het verhandelde in Raadkamer van 28 mei 2020, waarvan de inhoud hier als geïnsereerd moet worden beschouwd;

Gezien de overige zich in het Raadkamerdossier bevindende bescheiden;

Overwegende, dat klager tegen de tegen hem uitgebrachte dagvaarding op 21 mei 2020 met de mededeling om op 4 juni 2020 voor de kantonrechter in het tweede kanton te verschijnen, tijdig bezwaar heeft aangetekend, weshalve klager ontvankelijk is in zijn beklag;

Overwegende, dat de raadslieden van klager in hun bezwaarschrift gronden hebben aangevoerd, welke tijdens de behandeling ter Raadkamerzitting op 28 mei 2020 mondeling zijn toegelicht, zoals vervat in het opgemaakte proces-verbaal;

Overwegende, dat voormelde gronden – zakelijk weergegeven – alsvolgt opgesomd kunnen worden:

  1. dat het Openbaar Ministerie in strijd heeft gehandeld met het gelijkheidsbeginsel, omdat ene Hoefdraad in zijn hoedanigheid als minister van Financiën, wiens naam ook in de tenlastelegging van klager is genoemd, niet wordt vervolgd;

  2. dat de President van de Centrale Bank van Suriname geen publieke functionaris is daar de voornoemde bank een sui generis is. Voorzover de voornoemde bank als een staatsinstelling beschouwd wordt, zal, alvorens er van enige benadeling sprake is, volgens de Anti -Corruptiewet een commissie moeten worden benoemd die het vermogen vaststelt;

  3. klager heeft geen onrechtmatig voordeel genoten. Alle rekeningen van klager zijn onderzocht. Klager heeft volgens de Bankwet, de Centrale Bank van Suriname in en buiten rechte vertegenwoordigd. Anders dan de vervolging beweert, blijkt uit het verslag van de jurist van de Centrale Bank van Suriname dat er wel een noodzaak was om overeenkomsten aan te gaan en projecten uit te voeren. Deze noodzaak blijkt ook uit een voice note van de minister van Financiën die zegt dat het goed is voor Suriname en dat de voornoemde bank de assets heeft. De projecten worden getoetst door een door het Openbaar Ministerie aangewezen accountantskantoor met de vraag of de prijzen marktconform zijn. Zonder de vaststelling dat de prijzen niet marktconform zijn kan er geen sprake zijn van enig financieel nadeel. Uit brieven van ene [naam 1], die werkzaam was op het ministerie van Financiën, blijkt dat de projecten noodzakelijk waren en reeds in uitvoering waren. Het project Legarde 1 moet worden gezien in het kader van de overeenkomst van 1 november 2019. De noodzaak van de projecten blijkt ook uit het feit dat een bedrag van 2,2 miljard, die sinds 2015 openstond op de balans van de Centrale Bank van Suriname moest worden weggemaakt. indien de vervolgingsambtenaar ervan uitgaat dat er sprake is van nadelige contracten en die nadeligheid zou moeten blijken uit het feit dat er sprake is van een nnn refundable payment, moge het volgend worden vermeld. Uit het verhoor van [naam 12] blijkt dat het in Europa gangbaar is dat nnn refundable payments worden betaald bij het aangaan van de overeenkomsten. Die noodzaak tot het aangaan van overeenkomsten blijkt uit de voice notes van de minister van Financiën, waarbij klager op grond van de Bankwet verplicht was om de instructies van de minister van Financiën op te volgen. Uit het verhoor van [naam 2] en [naam 3] blijkt dat de Centrale Bank van Suriname sinds haar bestaan nooit openbare aanbestedingen heeft gehouden bij het gunnen van projecten;

  4. de dagvaarding onder II van de tenlastelegging is nietig. Het tenlaste gelegde onder II van de dagvaarding is niet overeenkomstig artikel 242 van het Wetboek van Strafvordering, omdat het kwalificatief gedeelte eindigt bij het woord “en of” waarna de verfeitelijking begint;

  5. In de Anti – Corruptiewet is niet vermeld dat het niet transparant zijn bij het aangaan van overeenkomsten als een strafbaar feit wordt aangemerkt. De overeenkomsten, die zijn gesloten en de projecten die met Orion Assurance zijn uitgevoerd, zijn allen transparant geweest. Zo blijkt uit het verhoor van [naam 2] dat het project Interne Audit een goed project was en dat het bedrag ook marktconform was. De vorige externe accountant heeft nimmer een interne audit opgezet. Het opzetten en bemannen van de afdeling intelligence department was ook martkconform en noodzakelijk in verband met de National Risk Assessment. Klager is aandeelhouder van Orion Advisory en dit is volgens de Bankwet niet verboden. De Centrale Bank van Suriname heeft vijf overeenkomsten gesloten met Orion Advisory, waarvan uit het verhoor van [naam 2] blijkt dat twee noodzakelijk waren en marktconform. Uit het verhoor van [naam 2] en [naam 3] blijkt dat er geen procedure regels waren bij de aankoop, verstrekking en registratie van wapens. Klager heeft geen enkel voordeel gehad uit de overeenkomsten behalve dan de uitkering van dividend en de betaling van huur;

  6. voor wat betreft het ten laste gelegde onder III A en IV is klager van mening dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan opzet en schuld money laundering. Alle betalingen zijn via de bank gegaan. Geen van de betalingen zijn afkomstig van enig misdrijf;

  7. voor wat betreft het ten laste gelegde onder V zij gezegd dat aan de klager verduistering wordt verweten zoals verwoord in artikel 423 van het Wetboek van Strafrecht. Klager is geen ambtenaar en is ook niet belast met enige openbare dienst en de Centrale Bank van Suriname is een rechtspersoon met eigen statuten. Klager was niet bereid om ongedekt geld te verstrekken en zijn overheidspanden als koop aangeboden, maar nog niet geleverd. Die handelingen hebben plaatsgevonden in het kader van het project Prodigy I, waarvan de vervolgingsambtenaar beweert dat die projecten niet noodzakelijk waren;

  8. het tenlaste gelegde onder VI van de dagvaarding verwijt aan klager valsheid in geschrifte. Uit de verfeitelijking blijkt dat het betreft cijfers die gepresenteerd worden aan De Nationale Assemblee. Het is niet gebleken dat de minister van Financiën, die cijfers heeft gepresenteerd, weshalve het gebruiken als echt en onvervalst niet is komen vast te staan;

  9. het tenlaste gelegde onder VII A en B van de dagvaarding verwijt aan klager valsheid in geschrifte met name dat boeken van de Centrale Bank van Suriname zouden zijn vervalst. Uit het verhoor van [naam 4] blijkt dat [naam 5] hem heeft gevraagd om een leenovereenkomst te anti dateren. De leenovereenkomst is valide en wordt uitbetaald. Van het gebruiken als echt en onvervalst is dan ook geen sprake;

  10. dat de enkele omstandigheid dat genoemde [naam 6] de sparringspartner was van klager, niet met zich meebrengt dat kan worden aangenomen dat klager tezamen en in vereniging met die [naam 6] de aan hem verweten feiten heeft gepleegd, bovendien was die [naam 6] niet in dienst van de Centrale Bank van Suriname;

Overwegende, dat de Officier van Justitie op de gronden heeft gereageerd en heeft gevorderd het gedane verzoek af te wijzen op gronden als in het proces-verbaal staat gerelateerd;

Overwegende, dat de kantonrechter allereerst de aangevoerde gronden in relatie wil brengen met de bedoeling van de regeling neergelegd in artikel 243 Sv, zoals door de Officier van Justitie in haar antwoord op het bezwaarschrift naar voren gebracht, namelijk een regeling die beoogt een waarborg te bieden tegen een lichtvaardige dagvaarding en daarmee tegen een nodeloze openbare terechtzitting voor de verdachte;

Overwegende, dat de klager aan de kantonrechter gronden heeft voorgehouden welke gronden in verband gebracht zullen worden met de toets, die in deze procedure dient plaats te vinden. Deze procedure beoogt een waarborg te bieden tegen een lichtvaardige dagvaarding en daarmee tegen een nodeloze openbare terechtzitting voor de verdachte. De vraag die voorligt is of het hoogst onaannemelijk is dat de strafrechter, later oordelend, door de voor hem geleverde bewijsvoering het ten laste gelegde feit geheel of gedeeltelijk bewezen zal achten.

Overwegende, dat de kantonrechter in overeenstemming met de aard van de procedure een summiere toets zal doen, waarbij niet vooruit gelopen dient te worden op de behandeling ter terechtzitting;

1e Grond: betreffende het gelijkheidsbeginsel

De kantonrechter is, thans overgaand tot bespreking van de eerste grond, met de vervolging van oordeel dat het niet vervolgen van de minister van Financiën de heer G. Hoefdraad, geen strijdigheid met het gelijkheidsbeginsel oplevert, immers heeft de vervolgingsambtenaar in haar betoog aangegeven dat de persoon van de minister van Financiën de heer G. Hoefdraad, wel als verdachte wordt aangemerkt en zij heeft conform de wet bij de Nationale Assemblee een vordering ingesteld tegen de vervolging van die Hoefdraad. Echter heeft De Nationale Assemblee die vordering afgewezen en treft het Openbaar Ministerie geen verwijt dat zij haar plichten heeft verzaakt. De kantonrechter is van oordeel dat, gezien het bovenaangehaalde van een schending van het gelijkheidsbeginsel in casu geen sprake is;

2e Grond: de vraag of de governor van de Centrale Bank van Suriname een publieke functionaris is

Hiervoor wordt verwezen naar de artikelen 1 e. 1 g en 1 f van de Anti – Corruptiewet. Uit deze artikelen blijkt dat:

  • onder een staatsinstelling ondermeer wordt begrepen een al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittende publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie, instelling, orgaan of bedrijf waarin door of vanwege de overheid in een bepaalde mate invloed kan worden uitgeoefend op de bedrijfsvoering of de leiding daarvan, doordat de overheid (mede) aandeelhouder is, danwel door het verlenen van financiële, materiële, personele of technische ondersteuning.

  • Een publieke functionaris iedere persoon, authoriteit of orgaan is die belast is met een publieke functie;

  • Onder publieke functie wordt begrepen een persoon die te werk is gesteld bij een staatsinstelling.

Op grond van het bovenstaande concludeert de kantonrechter dat de governor van de Centrale Bank van Suriname een publieke functionaris is.

3e Grond: klager heeft geen onrechtmatig voordeel genoten uit de overeenkomsten en is daarom niet strafbaar

De kantonrechter verwijst naar de memorie van toelichting van de Anti – Corruptiewet S.B. 2017 no. 85 op pagina 46 waarin is vermeld: strafbaarheid van de publieke functionaris bestaat, indien door hem met een wettelijk voorschrift strijdige handelingen zijn verricht of besluiten zijn genomen met het aangetoonde, zodanige oogmerk om voor zichzelf of een ander enig voordeel te verkrijgen, of indien door die strijdige handeling aan de staat of staatsinstelling enig nadeel wordt toegebracht. Hieruit blijkt dat de voorwaarde voor strafbaarheid dus verder gaat dan slechts het verkrijgen van onrechtmatig voordeel ten behoeve van zichzelf. De kantonrechter vestigt er voorts de aandacht op dat in het transactieschema in het strafdossier met betrekking tot de internationale overmakingen, er wel ernstige bezwaren zijn ten aanzien van het genieten van onrechtmatig voordeel. Op grond van het vooroverwogene faalt ook dit verweer van de raadslieden.

4e Grond: de dagvaarding is nietig omdat het niet voldoet aan het vereiste zoals genoemd in artikel 242 van het Wetboek van Strafvordering

Anders dan de raadslieden beweren, is de feitelijke omschrijving van het misdrijf onder II van de tenlastelegging voldoende duidelijk en feitelijk omschreven en wordt klager in staat te zijn geacht te hebben begrepen waarvan hij wordt beschuldigd. De toevoeging ten overvloede van het woord en/of en de verfeitelijking daarna brengt de kantonrechter niet tot een ander oordeel.

5e Grond: het niet transparant zijn bij het aangaan van overeenkomsten is niet strafbaar volgens de Anti – Corruptiewet

De vraag die hier aan de orde is, is of en in hoeverre de handelingen van klager in zijn functie van governer van de Centrale Bank van Suriname en tevens aandeelhouder en eigenaar van het gebouw van Orion Assurance and Advisory NV en/of Orion Capital Investment NV, een belangenverstrengeling met zich hebben teweeggebracht zoals vermeld in artikel 13 lid 2 van de Anti – Corruptiewet. De verklaringen van [naam 12] de dato 25 maart 2020, de getuige [naam 2] op 2 april 2020 en de getuige [naam 3] op 11 maart 2020 in onderlinge samenhang beschouwd, bieden in ieder geval voldoende handvaten om de ernstige bezwaren ten aanzien van de belangenverstrengeling zoals vermeld in artikel 13 lid 2 van de Anti – Corruptiewet aan te nemen. Met conclusie dat het verweer van de raadslieden wordt verworpen.

6e tot en met 10e Grond: de onschuld van klager. Klager heeft de aan hem verweten strafbare feiten niet alleen en ook niet tezamen en in vereniging gepleegd met [naam 6] en/of G. Hoefdraad en/of [naam 7]

De kantonrechter dient naar aanleiding van het bezwaar te toetsen of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de kantonrechter, later oordelend, tot een gehele of gedeeltelijke bewezenverklaring van de aan klager ten laste gelegde feiten zal komen;

De kantonrechter is, na bestudering van het dossier van oordeel dat een aantal verklaringen van getuigen, welke verklaringen zijn afgelegd bij de politie en tijdens het gerechtelijk vooronderzoek, met name de verklaringen van de getuigen:

  1. Hoefdraad, Gillmore Andre

  2. [naam 8]

  3. [naam 12]

  4. [naam 2]

  5. [naam 3]

  6. [naam 9]

  7. [naam 10]

  8. [naam 11]

in onderling verband en samenhang beschouwd, ernstige bezwaren opleveren ten aanzien van de klager van de aan hem verweten feiten.

De kantonrechter komt op grond van het hiervoor aangehaalde niet tot de slotsom dat de dagvaarding lichtvaardig is en ook niet tot de slotsom dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de kantonrechter later oordelend tot een gehele of gedeeltelijke bewezenverklaring zal komen;

Overwegende, dat de kantonrechter derhalve geen termen aanwezig acht, die de buitenvervolgingstelling van de klager zouden rechtvaardigen;

Overwegende, dat de kantonrechter op grond van het bovenstaande van oordeel is dat het gevorderde niet kan worden toegewezen;

Gezien de betrekkelijke wetsartikelen;

B E S C H I K K E N D E :

  • Wijst af het gevorderde;

  • Verwijst klager naar een nader door kantonrechter te bepalen terechtzitting, terzake van de hem in de dagvaarding ten laste gelegde feiten, namelijk:

  1. op een of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode maart 2019 tot en met oktober 2019, althans in het jaar 2019, te Paramaribo, in ieder geval in Suriname;

hij, verdachte tezamen en in vereniging met [naam 6] en/of [naam 7] en/of HOEFDRAAD, GILLMORE ANDRE als minister van Financiën, althans alleen, als de president van de Centrale Bank van Suriname in de zin van artikel 1 van de geldende tekst van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173, zijnde een publieke functionaris in de uitoefening van zijn publieke functie als bedoeld in artikel 1 van de Anti-corruptiewet SB 2017 no 85, verboden handelingen heeft verricht en/of besluiten heeft genomen waarbij aan een staatsinstelling te weten de Centrale Bank van Suriname, opzettelijk financieel nadeel is toegebracht of financieel nadelige voorwaarden zijn bedongen, waarbij door hem in strijd is gehandeld met de ter zake geldende voorwaarden of wettelijke voorschriften of procedures teneinde voor zichzelf en/of ten behoeve van (een) ander(en) te weten [naam 6] en/of [naam 7] en/of HOEFDRAAD, GILLMORE ANDRE als minister van Financiën, althans één of meer tot nog toe onbekend gebleven personen en/of ten behoeve van de rechtspersonen CLAIRFIELD BENELUX NV en/of ORION ASSURANCE AND ADVISORY NV en/of ten behoeve van het ministerie van Financiën enig onrechtmatig voordeel te verkrijgen,

hebbende immers hij verdachte tezamen en in vereniging als voormeld, althans alleen, de volgende handelingen verricht en/of de besluiten genomen om ten behoeve, althans ten laste van een staatsinstelling te weten de Centrale Bank van Suriname, één of meer overeenkomsten aan te gaan te weten:

met CLAIRFIELD BENELUX NV en/of voornoemde [naam 7]:

  • de overeenkomst Project Lagarde 1 “Valuation and Fairness opinion RGM royalty Structure getekend op 13 september 2019, voor een non-refundable vergoeding van € 620.000, – (zeshonderd en twintigduizend Euro’s), waarvan bij ondertekening € 300.000, – (driehonderd duizend Euro’s) als voorschot is betaald en/of

  • de overeenkomst Project Prodigy “Valuation of the assets of the Government of Suriname” getekend op 16 mei 2019, voor een non refundable vergoeding van € 2.500.000, – (twee miljoen en vijfhonderdduizend Euro’s), waarvan bij ondertekening een bedrag van € 1.250.000, – (een miljoen en tweehonderd en vijftigduizend Euro’s) als voorschot is betaald en/of

  • de overeenkomst Project Prodigy 2 “Support to the Central Bank of Suriname for managing the national assets through creation and operation the Suriname Participating and Investment Company”, getekend op 6 augustus 2019 voor een totaal bedrag van € 850.000, – (achthonderd en vijftigduizend Euro’s) als indicatief budget waarvan bij ondertekening € 425.000 (vierhonderd vijfentwintig duizend Euro’s) als voorschot is betaald en/of

  • de overeenkomst Project Prodigy 3 “Implementation of reforms and optimizations at the Central Bank of Suriname” getekend op 5 augustus 2019 voor een indicatief budget van €.360.000, – (driehonderd en zestigduizend Euro’s), waarvan op 2 oktober 2019 €.300.000, – (driehonderd duizend Euro’s) als voorschot is betaald en/of

  • de overeenkomst Project Prodigy 5 “Valuation of Suriname Embassies and sale and lease back structuring, getekend op 19 december 2019, voor een nog te bepalen totaal eindbedrag in Euro’s, waarvan bij ondertekening € 196.000 als voorschot is betaald zulks,

terwijl er geen noodzaak aanwezig was voor het sluiten van de overeenkomsten betreffende project Lagarde1en/of project Prodigy en/of project Prodigy 2 en/of project Prodigy 5 met CLAIRFIELD BENELUX NV en/of geen noodzakelijke en/of gegronde reden aanwezig was de Centrale Bank van Suriname te verbinden aan vermelde overeenkomsten, daar de inhoud en de strekking van die overeenkomsten niet conform de taakstelling en werkkring van de Centrale Bank van Suriname is zoals bedoeld in Hoofdstuk III van de geldende tekst van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173 en/of,

hebbende hij, verdachte vóór het aangaan van voormelde overeenkomsten geen (openbare) aanbesteding gehouden en/of daarbij nimmer advies ingewonnen en/of enige vergelijking gemaakt met soortgelijke (eerder gesloten) contracten van de Centrale Bank van Suriname en/of nagelaten die overeenkomsten ter inzage en/of voor juridisch advies door te geleiden naar de juridische afdeling van de Centrale Bank van Suriname en/of een (externe) juridische deskundige, althans de beginselen van goed bestuur niet in acht genomen en/of

hebbende hij, verdachte opzettelijk voormelde overeenkomsten gesloten zonder het vooraf in kennis stellen van de raad van commissarissen van de Centrale Bank van Suriname en/of zonder enige toestemming of goedkeuring van voormelde raad van commissarissen en/of daarbij oneigenlijke/onredelijk grote bedragen bedongen en/of zeer ongebruikelijk en/of afwijkend in één of meer van vermelde overeenkomsten non-refundable cash fees (contante betalingen waarbij geen terugbetaling/terugvordering mogelijk is) en/of voorafbetalingen van 50% of meer overeengekomen ten behoeve van, voornoemde rechtspersoon CLAIRFIELD BENELUX NV en/of [naam 7] zonder redelijke tegenprestatie, althans nadelige clausules en/of contractvoorwaarden bedongen en/of

hebbende hij verdachte tezamen en in vereniging met [naam 7], althans alleen een of meer besluiten genomen en/of (vervolgens) ten aanzien van twee van de overeenkomsten (te weten project Prodigy en/of project Prodigy 2 ) met CLAIRFIELD BENELUX NV onnodig één of meer onverplichte betalingen verricht, zoals het betalen van reiskosten naar België en/of verblijfkosten aldaar tot een totaalbedrag van SRD 147.461,03,- (honderd zevenenveertigduizend en vierhonderdeenenzestig Surinaamse Dollars en 3 centen) en/of kosten voor verrichtte arbeid (advies op basis van uurtarieven) tot een totaal van SRD 153.000,- (honderddrieënvijftig duizend Surinaamse Dollars) althans een of meer bedragen, ten behoeve van een of meer medewerkers en/of personen verbonden aan ORION ASSURANCE AND ADVISORY NV, terwijl hij, verdachte en/of die [naam 6] wisten dat voor die overeenkomsten die betalingen niet waren vereist en/of

hebbende hij, verdachte aldus in strijd gehandeld met het verbod vastgelegd in het derde lid van artikel 16 van de geldende tekst van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no. 173, door als president van de Centrale Bank van Suriname ten behoeve van die Centrale Bank de overeenkomsten project Lagarde 1 en/of project Prodigy en/of project Prodigy 2 en/of project Prodigy 5 aan te gaan met die CLAIRFIELD BENELUX NV welke overeenkomsten voornamelijk in het belang van de Staat Suriname waren-, te financieren met gelden althans middelen van de Centrale Bank van Suriname, in ieder geval daarvoor gelden beschikbaar heeft gesteld en/of

hebbende hij verdachte tezamen en in vereniging, althans in nauw en gemeen overleg met HOEFDRAAD, GILLMORE ANDRE, als minister van Financiën besluiten genomen tot het verschaffen/verstrekken van gelden toebehorende aan de Centrale Bank van Suriname, als voorschot in ieder geval als blanco krediet ten behoeve van het ministerie van Financiën, door tussenkomst van voornoemde HOEFDRAAD, GILLMORE ANDRE, als minister van voormeld ministerie en/of

hebbende hij, verdachte daartoe tezamen en vereniging als voormeld althans alleen, als president van de Centrale Bank van Suriname van voornoemde minister van Financiën HOEFDRAAD GILLMORE 17, (zeventien), althans één of meer onroerende goederen aangekocht, terwijl die onroerende goederen niet noodzakelijk waren voor de bedrijfsvoering van de Centrale Bank en/of waarvan 2 (twee) onroerende goederen, vooraf bezwaard waren middels hypotheken en/of daarvoor een blanco krediet of een voorschot ter waarde van totaal SRD 869.055.000, – (achthonderd en negenzestig miljoen en vijfenvijftigduizend Surinaamse Dollars) aan de minister van Financiën verstrekt, zonder dat voormelde 17 (zeventien) panden zijn overgedragen aan de Centrale Bank van Suriname en/of zonder dat de Centrale Bank van Suriname daarbij een redelijk belang had en/of

hebbende hij, verdachte tezamen en vereniging als voormeld althans alleen, na het sluiten van de overeenkomst gedateerd 01 november 2019 tussen hem verdachte als president van de Centrale Bank van Suriname en voornoemde minister van Financiën HOEFDRAAD, GILLMORE ANDRE – welke overeenkomst als gevolg van verkregen informatie uit het “project Lagarde I”, is aangegaan in ieder geval in welke overeenkomst verkregen informatie uit de overeenkomst “project Lagarde I” is gebruikt – één of meer geldbedrag(en) tot een totaal groot Srd 2.073.205.996, 67, – (twee miljard en drieënzeventig miljoen en tweehonderdenvijfduizend en negenhonderd en zesennegentig Surinaamse Dollars en zevenenzestig centen), althans enig geld als voorschot, in ieder geval als blanco krediet verstrekt aan voornoemde HOEFDRAAD, GILLMORE ANDRE, als minister van Financiën, en/of

hebbende hij verdachte aldus tezamen en vereniging als voormeld althans alleen, bij de door hem genomen besluit(en) met name het aangaan en ondertekenen van voormelde overeenkomsten ten behoeve van de Centrale Bank van Suriname, in strijd gehandeld met de bepaling in het eerste en het vierde lid van artikel 18 van de geldende tekst van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173, in ieder geval in strijd gehandeld met de ter zake geldende voorwaarden of wettelijke voorschriften of procedures teneinde voor zichzelf en/of ten behoeve van een ander te weten de voornoemde rechtspersonen CLAIRFIELD BENELUX NV en/of ORION ASSURANCE AND ADVISORY NV en/of die [naam 6] en/of die [naam 7] en/of die HOEFDRAAD, GILLMORE ANDRE, ten behoeve van het ministerie van Financiën enig onrechtmatig voordeel te verkrijgen te weten ten voordele van CLAIRFIELD BENELUX NV en/of [naam 7] een totaal bedrag € 2.471.000, – (tweemiljoen en vierhonderd en eenenzeventigduizend Euro’s), althans een ander totaalbedrag in Euro’s en/of ten voordele van ORION ASSURANCE AND ADVISORY en/of [naam 6] een totaal bedrag SRD 300.461,03,- (driehonderdduizend en vierhonderd eenenzestig Surinaamse Dollars en drie centen), althans een ander totaal bedrag in Surinaamse Dollars en/of ten voordele althans ten behoeve van het ministerie van Financiën en/of voornoemde HOEFDRAAD, GILLMORE ANDRE als minister van Financiën een totaal bedrag SRD 2.942.260.996, 75, -(tweemiljard en negenhonderdtweeënveertig miljoen en tweehonderdzestigduizend en negenhonderdzesennegentig Surinaamse dollars en vijfenzeventig centen) althans een ander totaal bedrag in Surinaamse Dollars, waardoor de Centrale Bank van Suriname ernstig financieel nadeel heeft ondervonden en/of

zijnde de Centrale Bank van Suriname aldus door het verrichten van vermelde handelingen en/of door het nemen van voormelde besluiten door hem, verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk financieel benadeeld.

(artikel 13 lid 1 onder a van de Anti-corruptiewet S.B. 2017 no 85)

  1. op een of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode maart 2019 tot en met mei 2020, althans in het (de) ja(a)r(en) 2019 en/of 2020, te Paramaribo, in ieder geval in Suriname;

hij, verdachte tezamen en in vereniging met [naam 6], althans alleen, een of meer overeenkomsten heeft/hebben gesloten ten behoeve van ORION ASSURANCE AND ADVISORY NV en/of ORION CAPITAL INVESTMENT NV en/of

waarbij voornoemde [naam 6] en/of hij, verdachte, als de president van de Centrale Bank van Suriname in de zin van artikel 1 van de geldende tekst van de Bankwet S.B. 2010 no 173, zijnde een publieke functionaris in de uitoefening van zijn publieke functie als bedoeld in artikel 1 van de Anti-corruptiewet SB 2017 no 85, bij het aangaan die overeenkomsten niet de vereiste maatregelen heeft/hebben genomen om belangenconflicten/belangenverstrengeling te voorkomen en/of een transparante procedure en gelijke behandeling van partijen te waarborgen,

hebbende, hij verdachte toen aldaar als de president van de Centrale Bank van Suriname en medeaandeelhouder van voornoemde rechtspersonen met die rechtspersonen ORION ASSURANCE AND ADVISORY NV en/of ORION CAPITAL INVESTMENT NV en/of [naam 6] ten behoeve van de Centrale Bank van Suriname een of meer overeenkomsten gesloten te weten:

  • een overeenkomst voor onbepaalde tijd betreffende het optreden van ORION ASSURANCE AND ADVISORY NV in de persoon van [naam 6] als adviseur en sparringpartner van de Centrale Bank van Suriname getekend op 18 april 2019 voor een nog een bedrag USD.150,- per uur, waarvan reeds een tegenwaarde in Srd. 188.904, – (honderd achtentachtig duizend en negenhonderd en vier Surinaamse dollars) is betaald en/of

  • een overeenkomst betreffende Assistentie bij het inrichten en opzetten van de Internal Audit bij de Centrale Bank van Suriname dd. 7 juli 2019, voor een totaal bedrag van US $ 65.000, – (vijfenzestig duizend Amerikaanse dollars), waarvan op 18 oktober 2019 reeds drie vierde deel van het totaal bedrag te weten een tegenwaarde in Srd. 409.301, 75, – (vierhonderd en negenduizend en driehonderd en een Surinaamse dollars en vijf en zeventig centen) is betaald en/of

  • een overeenkomst betreffende Assistentie bij het inrichten en opzetten van de Afdeling Financial Intelligence bij de Centrale Bank van Suriname, getekend op 13 september 2019 voor een totaal bedrag van US $ 72.000, – (tweeënzeventig duizend Amerikaanse dollars), waarvan op 25 september 2019 de helft te weten een tegenwaarde in Srd. 327.754, – (driehonderd en zeven en twintigduizend en zevenhonderd vierenvijftig Surinaamse dollars) als voorschot is betaald en/of

  • een overeenkomst betreffende het Faciliteren en Begeleiden van een stagiair accountant administratieconsulent getekend op 30 september 2019 voor USD. 2.500 (twee duizend vijfhonderd Amerikaanse dollars) per maand, waarvan op 11 november 2019 voor de maanden oktober en november 2019 een tegenwaarde in Srd. 45.475, – (vijfenveertig duizend en vierhonderd en vijfenzeventig Surinaamse dollars) is betaald en/of

  • een overeenkomst betreffende het Instellen van een Bijzonder Onderzoek naar de Inventaris van het Wapenarsenaal van de Centrale Bank van Suriname over de periode begin 2010 tot en met augustus 2019, getekend op 30 september 2019 voor een totaal bedrag van US $ 40.000, – (tweeënzeventig duizend Amerikaanse dollars), waarvan de helft te weten een tegenwaarde in Srd. 171.200, – (honderd en eenenzeventigduizend en tweehonderd Surinaamse dollars) als voorschot is betaald,

en aldus door de Centrale Bank van Suriname (reeds totaal in voorschot) een bedrag groot Srd 1.142. 634, 75, – (één miljoen honderdtweeënveertigduizend en zeshonderd vierendertig Surinaamse dollars en vijfenzeventig centen), althans een ander totaal bedrag aan voormelde rechtspersonen betaald en/of

hebbende hij, verdachte vóór het aangaan van de overeenkomsten met voormelde rechtspersonen en/of [naam 6] – in welke rechtspersonen hij, verdachte tezamen met die [naam 6] als medeaandeelhouders is/zijn verbonden en direct of indirect financiële, economische en/of persoonlijke belangen had/hadden bij de procedure of uitkomst van voormelde overeenkomsten – geen (openbare)aanbesteding gehouden en/of daarbij nimmer advies ingewonnen en/of enige vergelijking gemaakt met soortgelijke(eerder gesloten) contracten en/of nagelaten die overeenkomsten ter inzage en/of voor juridisch advies door te geleiden naar de juridische afdeling van de Centrale Bank van Suriname en/of een (externe) juridische deskundige, althans de beginselen van goed bestuur niet in acht genomen bij het aangaan van voormelde overeenkomsten en/of

hebbende hij, verdachte aldus niet de vereiste maatregelen genomen teneinde belangenconflicten/belangenverstrengeling tijdens de procedure te voorkomen en/of een transparante procedure en/of een gelijke behandeling van partijen gewaarborgd en/of bij de procedure of de uitkomst van die overeenkomsten, in strijd gehandeld met zijn geboden onpartijdigheid of onafhankelijkheid als president van de Centrale Bank van Suriname.

(artikel 13 lid 2 van de Anti-corruptiewet S.B. 2017 no. 85)

  1. op een of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode vanaf mei 2019 tot en met december 2019, althans in het jaar 2019, te Paramaribo, in ieder geval in Suriname;

  1. hij, verdachte tezamen en in vereniging met [naam 6] (zijnde de managing partner van de rechtspersonen te weten ORION ASSURANCE AND ADVISORY NV en/of ORION CAPITAL INVESTMENT NV) en/of [naam 7] (zijnde de managing partner van CLAIRFIELD BENELUX NV), en/of met de rechtspersoon LIMEBRIDGE VZW waarin hij verdachte samen met voornoemde [naam 6] en/of [naam 7] als aandeelhouders en/of partners zijn verbonden– althans alleen, (telkens) opzettelijk een of meer geldbedragen in Euro’s en/of Amerikaanse dollars te weten:

  • op 28 mei 2019 een bedrag groot EURO 625.000, – (zeshonderd en vijfentwintigduizend Euro’s) en/of

  • op 05 juli 2019 een bedrag groot USD 30.059, – (dertigduizend en negenenvijftig Amerikaanse Dollard) en/of

  • op 15 oktober 2019 een bedrag groot EURO 48.000, – (achtenveertigduizend Euro’s) en/of

  • op verschillende data in de maand december 2019, althans op 10 december 2019 enkele geldbedragen groot € 90.900,- (negentigduizend en negenhonderd EURO’S) en/of € 9.100,- (negenduizend en honderd EURO’S) (als aanbetaling/voorschot voor een voertuig te weten een RANGE ROVER betaald) en/of welk voertuig in de maand december 2019 is ontvangen,

althans één of meer (andere) geldbedragen in elk geval enig(e) voorwerp(en) te weten voormelde RANGE ROVER, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn voornoemde mededader(s) wist(wisten) dat vermeld(e) voorwerp(en)- middellijk of onmiddellijk- afkomstig was (waren) uit enig misdrijf;

(art. 1b van de Wet Strafbaarstelling Money Laundering S.B. 2002 no. 64)

althans indien en voor zover het onder III A gestelde niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

  1. hij verdachte, tezamen en in vereniging met [naam 6] (zijnde de managing partner van de rechtspersonen te weten ORION ASSURANCE AND ADVISORY NV en/of ORION CAPITAL INVESTMENT NV) en/of [naam 7] (zijnde de managing partner van CLAIRFIELD BENELUX NV) en/of met de rechtspersoon LIMEBRIDGE VZW –waarin hij verdachte samen met voornoemde [naam 6] en/of [naam 7] als aandeelhouders c.q. partners zijn verbonden– althans alleen, een of meer geldbedragen in Euro’s en/of Amerikaanse dollars te weten:

  • op 28 mei 2019 een bedrag groot € 625.000, – (zeshonderd en vijfentwintigduizend Euro’s) en/of

  • op 05 juli 2019 een bedrag groot USD 30.059, – (dertigduizend en negenenvijftig Amerikaanse Dollard) en/of

  • op 15 oktober 2019 een bedrag groot € 48.000, – (achtenveertigduizend Euro’s) en/of

  • op verschillende momenten in de maand december 2019, althans op 10 december 2019 enkele geldbedragen groot € 90.900, – (negentigduizend en negenhonderd EURO’S) en/of € 9.100, – (negenduizend en honderd EURO’S) (als aanbetaling/voorschot voor een voertuig te weten een RANGE ROVER betaald) en/of welk voertuig in de maand december 2019 is ontvangen,

althans één of meer (andere) geldbedragen in elk geval enig(e) voorwerp(en) te weten voormelde RANGE ROVER, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn voornoemde mededader(s) redelijkerwijze moest(moesten) vermoeden dat vermeld(e) voorwerp(en)- middellijk of onmiddellijk- afkomstig was (waren) uit enig misdrijf

(art. 3b van de Wet Strafbaarstelling Money Laundering S.B. 2002 no. 64)

  1. op een of meer tijdstip(pen) gelegen in de maanden juni 2019 tot en met september 2019, althans in het jaar 2020, te Paramaribo, in ieder geval in Suriname;

A. hij, verdachte als de president van de Centrale Bank van Suriname in de zin van artikel 1 van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173, in ieder geval een persoon die voortdurend of tijdelijk belast is met een openbare dienst, (telkens) tezamen en in vereniging met HOEFDRAAD, GILLMORE, zijnde alstoen de minister van Financiën althans een politieke ambtsdrager en/of een of meer tot nog toe onbekend gebleven personen, althans alleen (telkens) opzettelijk een of meer geldbedrag(en) tot een totaal groot € 105.000.000,- (honderd en vijfmiljoen Euro’s), althans een ander in Surinaams dollars equivalent bedrag te weten een totaal van SRD. 869.055.000, – (achthonderd negenenzestigmiljoen en vijfenvijftigduizend Surinaamse dollars), althans enig geld of geldswaardig papier, dat hij verdachte in zijn bediening als de president van de Centrale Bank van Suriname onder zich had, heeft verduisterd en/of heeft toegelaten dat het door een ander(en) te weten voornoemde HOEFDRAAD, GILLMORE en/of die tot nog toe onbekend gebleven personen weggenomen of werd verduisterd,

immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk één of meer geldbedrag(en) tot een totaal groot €105.000.000, – (honderd en vijfmiljoen Euro’s), althans een ander in Surinaams dollars equivalent bedrag te weten een totaal van SRD. 869.055.000, – (achthonderd negenenzestigmiljoen en vijfenvijftigduizend Surinaamse dollars), althans een ander totaal, in ieder geval enig goed toebehorende aan de Centrale Bank van Suriname, welke bestemd was/waren ter uitoefening van de wettelijke taken van de Centrale Bank van Suriname conform de geldende tekst van de Bankwet 1956 SB 2010 no 173, aan zijn bestemming onttrokken en/of

hebbende hij, verdachte als president van de Centrale Bank van Suriname, na gemeen overleg en/of afstemming, althans in nauwe samenwerking met voornoemde HOEFDRAAD GILLMORE als minister van financiën, zeventien panden, althans een of meer onroerende goederen aangekocht, welke onroerende goederen niet noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bedrijfsvoering van de Centrale Bank van Suriname als bedoeld in artikel 18 lid 4 van de geldende tekst van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173 en/of

hebbende hij, verdachte (vervolgens) de autorisatie verleend, althans de opdracht gegeven om voormeld geldbedrag te (doen) verstrekken aan het ministerie van Financiën als betaling voor de aankoop van die onroerende goederen en aldus voormeld geldbedrag wederrechtelijk en/of oneigenlijk heeft/heƅƅen aangewend althans heeft/heƅƅen onttrokken aan hun bestemming;

(artikel 423 Sr)

althans, indien en voor zover het onder IVA gestelde niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

B. hij, verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met HOEFDRAAD, GILLMORE en/of een of meer tot nog toe onbekend gebleven personen, althans alleen althans alleen, (telkens) opzettelijk een of meer geldbedrag(en) tot een totaal groot € 105.000.000, – (honderd en vijfmiljoen Euro’s), althans een ander in Surinaams dollars equivalent bedrag te weten een totaal van SRD. 869.055.000, – (achthonderd negenenzestigmiljoen en vijfenvijftigduizend Surinaamse dollars), in elk geval enig geld of goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Centrale Bank van Suriname, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) gelden/goed(eren) hij verdachte uit hoofde van zijn, verdachte ’s persoonlijke dienstbetrekking als de president van de Centrale Bank van Suriname in de zin van artikel 1 van de geldende tekst van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), zich wederrechtelijk heeft/hebben toegeëigend althans een andere bestemming gegeven,

hebbende hij verdachte toen aldaar als de president van de Centrale Bank van Suriname na gemeenoverleg en/of afstemming, althans in nauwe samenwerking met voornoemde HOEFDRAAD, GILLMORE als minister van financiën zeventien panden, althans een of meer onroerende goederen aangeschaft, welke onroerende goederen niet noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de bedrijfsvoering van de Centrale Bank van Suriname als bedoeld in artikel 18 lid 4 van de geldende tekst van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173 en/of hebbende hij, verdachte (vervolgens) de autorisatie verleend, althans de opdracht gegeven om voormeld geldbedrag te (doen) verstrekken aan het ministerie van Financiën als betaling voor de aankoop van die onroerende goederen en aldus voormeld geldbedrag wederrechtelijk en/of oneigenlijk heeft/heƅƅen aangewend althans heeft/heƅƅen onttrokken aan hun bestemming, althans een andere bestemming gegeven.

(artikel 382 Sr)

  1. op een of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode vanaf 07 november 2019 tot en met 09 januari 2020, althans in het (de) ja(a)r(en) 2019 en/of 2020, te Paramaribo, in ieder geval in Suriname;

  1. hij, verdachte als de president van de Centrale Bank van Suriname in de zin van artikel 1 van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173, in ieder geval een persoon die voortdurend of tijdelijk belast is met een openbare dienst (telkens)tezamen en in vereniging met HOEFDRAAD, GILLMORE, zijnde alstoen de minister van Financiën, althans een politieke ambtsdrager en/of een of meer tot nog toe onbekend gebleven personen, althans alleen (telkens) opzettelijk één of meer geldbedrag(en) tot een totaal groot Srd 2.073.205.996, 67,- (twee miljard en drieënzeventig miljoen en tweehonderdenvijfduizend en negenhonderd en zesennegentig Surinaamse Dollars en zevenenzestig centen), althans enig geld of geldswaardig papier, dat hij verdachte in zijn bediening als de president van de Centrale Bank van Suriname onder zich had, heeft verduisterd en/of heeft toegelaten dat het door een ander(en) te weten voornoemde HOEFDRAAD, GILLMORE, als minister van Financiën en/of die tot nog toe onbekend gebleven personen weggenomen of verduisterd werd,

immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk een of meer geldbedrag(en) tot een totaal groot Srd 2.073.205.996, 67, – (twee miljard en drieënzeventig miljoen en tweehonderdenvijfduizend en negenhonderd en zesennegentig Surinaamse Dollars en zevenenzestig centen), althans een ander totaal, in ieder geval enig goed toebehorende aan de Centrale Bank van Suriname, welke bestemd was/waren ter uitoefening van de wettelijke taken van de Centrale Bank van Suriname conform de geldende tekst van de Bankwet 1956 SB 2010 no 173, aan zijn bestemming onttrokken, door (telkens) oneigenlijk en in strijd met artikel 18 lid 1 van de geldende tekst de Bankwet 1956 SB 2010 no 173, op grond van de overeenkomst gedateerd 01 november 2019, betreffende de aflossing van de lopende lening (de Staatsschuld) van het ministerie van financiën, althans de Staat Suriname bij de Centrale Bank van Suriname, een of meer geldbedrag(en) tot een totaal van voormelde Srd 2.073.205.996, 67, – (twee miljard en drieënzeventig miljoen en tweehonderdenvijfduizend en negenhonderd en zesennegentig Surinaamse Dollars en zevenenzestig centen), in de vorm van (blanco) voorschotten te verstrekken aan voornoemde HOEFDRAAD, GILLMORE, als minister van Financiën zonder enig deugdelijk grondslag en aldus voormeld geldsƅedrag wederrechtelijk en/of oneigenlijk heeft/heƅƅen aangewend althans heeft/heƅƅen onttrokken aan hun bestemming;

(artikel 423 Sr)

althans, indien en voor zover het onder VA gestelde niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

B. hij, verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met HOEFDRAAD, GILLMORE zijnde de minister van Financiën en/of een of meer tot nog toe onbekend gebleven personen, althans alleen, (telkens) opzettelijk een of meer geldbedrag(en) tot een totaal groot Srd 2.073.205.996, 67, – (twee miljard en drieënzeventig miljoen en tweehonderdenvijfduizend en negenhonderd en zesennegentig Surinaamse Dollars en zevenenzestig centen), in elk geval enig geld of goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Centrale Bank van Suriname, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) gelden/goed(eren) hij, verdachte uit hoofde van zijn, verdachte ’s persoonlijke dienstbetrekking als de president van de Centrale Bank van Suriname in de zin van artikel 1 van de geldende tekst van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend en/of een andere bestemming heeft/hebben gegeven door (telkens) een of meer geldbedrag(en) tot een totaal van voormelde Srd 2.073.205.996, 67, -, wederrechtelijk en/of oneigenlijk, althans in strijd met artikel 18 lid 1 van de geldende tekst van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173, in de vorm van (blanco) voorschotten te verstrekken aan voornoemde HOEFDRAAD, GILLMORE als minister van Financiën zonder enig deugdelijk grondslag.

(artikel 382 Sr)

  1. op een niet nader aan te duiden tijdstip gelegen in de periode vanaf juli 2019 tot en met september 2019, althans in het jaar 2019, te Paramaribo, in ieder geval in Suriname;

een document –inhoudende statistieken of tabellen met totaal bedragen betreffende valuta-interventies van enkele maanden te weten vanaf maart 2019 tot en met juli 2019– zijnde een geschrift, waaruit enig recht, enige verbintenis of enige bevrijding van schuld kan ontstaan of dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, althans valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen,

immers heeft hij verdachte toen aldaar aan [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 8], althans aan een of meer directieleden en/of medewerkers van de Centrale Bank van Suriname de opdracht gegeven en/of hun opzettelijk geïnstrueerd valselijk althans in strijd met de werkelijkheid, in vermeld document inhoudende die statistieken of tabellen van totaal bedragen aan valuta-interventies over de maanden maart tot en met juli van het jaar 2019, andere totaal bedragen van die valuta interventies te doen noteren in ieder geval doen opnemen te weten:

  • voor de maand maart 2019, € 5.355.000, – in stede van het werkelijk bedrag van € 2.355.000, – en/of

  • voor de maand april 2019 € 4.735.000, – in stede van het werkelijk bedrag van € 3.735.000, – en/of

  • voor de maand mei 2019 € 5.250.000, – in stede van het werkelijk bedrag van € 1.250.000, – en/of

  • voor de maand juni 2019 € 4.617.000, – in stede van het werkelijk bedrag van € 3.000.000, – en/of

  • voor de maand juli 2019 € 6.300.300, – in stede van het werkelijk bedrag van € 15.917.300, –

zulks met het oogmerk om dat document inhoudende statistieken over cijfers met betrekking tot valuta interventies door de minister van Financiën in De Nationale Assemblee te doen gebruiken, althans te doen presenteren als zijnde de juiste weergave van de werkelijke valuta interventie bedragen;

(artikel 278 Sr juncto artikel 72 Sr (doen plegen)

  1. op een niet nader aan te duiden tijdstip gelegen in de maand januari 2020 en/of op of omstreeks 13 januari 2020, althans in het jaar 2020, te Paramaribo, in ieder geval in Suriname;

  1. hij, verdachte als de president van de Centrale Bank van Suriname in de zin van artikel 1 van de geldende tekst van de Bankwet 1956 S.B. 2010 no 173, in ieder geval een persoon die voortdurend of tijdelijk belast is met een openbare dienst opzettelijk een leenovereenkomst en/of (een)boek(en) en/of (een) register(s) van de afdeling Huisvestingfonds bij de Centrale Bank van Suriname, uitsluitend bestemd tot controle van de administratie binnen het Huisvestingfonds van de Centrale Bank van Suriname, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, althans valselijk heeft doen opmaken en/of heeft doen vervalsen immers heeft hij, verdachte aan de persoon van [naam 4], althans een medewerker van de Centrale Bank van Suriname de opdracht gegeven en/of geïnstrueerd om opzettelijk valselijk:

  • in een leenovereenkomst, voor de aankoop van een voertuig van het merk RANGE ROVER, welke als controlestuk ten behoeve van een register en/of boek van de afdeling Huisvestingfonds bij de Centrale Bank zou dienen, een valse datum te weten, 19 augustus 2019 instede van 13 januari 2020 te vermelden, in ieder geval doen opnemen en het alzo doen voorkomen dat vermelde leenovereenkomst tijdig althans vooraf aan de levering van voormeld voertuig was opgemaakt,

zulks met het oogmerk om die leenovereenkomst, althans dat/die boek(en) of register(s) die bestemd zijn tot controle van de administratie als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

(Art. 424 Sr juncto artikel 72 Sr (doen plegen)

althans, indien en voor zover het onder VII A gestelde niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden;

  1. hij verdachte opzettelijk een leenovereenkomst, zijnde een schuldbrief en/of een certificaat van schuld van de Centrale Bank van Suriname, zijnde een staat en/of openbare instelling heeft vervalst en/of doen vervalsen, althans valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk doen opmaken,

immers heeft hij verdachte aan de persoon van [naam 4], althans een medewerker van de Centrale Bank van Suriname de opdracht gegeven en/of hem geïnstrueerd om

  • opzettelijk valselijk, in een leenovereenkomst voor de aankoop van een voertuig van het merk RANGE ROVER, welke als controlestuk ten behoeve van een register en/of boek van de afdeling Huisvestingfonds bij de Centrale Bank zou dienen, een fictieve datum te weten 19 augustus 2019, instede van 13 januari 2020 te vermelden, in ieder geval doen opnemen en het alzo doen voorkomen dat vermelde leenovereenkomst tijdig althans vooraf aan de levering van voormeld voertuig was opgemaakt,

zulks met het oogmerk om die leenovereenkomst, althans die schuldbrief als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen, te weten een of meer medewerkers van het Huisvestingfonds van de Centrale Bank van Suriname te doen gebruiken.

(artikel 279 Sr juncto artikel 72 Sr (doen plegen))

  • Beveelt de gevangenhouding van de klager.

Aldus gegeven te Paramaribo op maandag 8 juni 2020 in Raadkamer door de kantonrechter in het tweede kanton mr. M.V. Kuldip Singh, in bijzijn van de griffier mevrouw A.A. Kalloe LL.B.

De griffier, De kantonrechter,

A.A. KALLOE LL.B.           mr. M.V. KULDIP SINGH