Jouw verbinding met Suriname

Rechter schort valutawet op; VHP en NPS-fractie winnen zaak

Starnieuws 5 Mei 2020

ABC Radio Nieuws 05 mei 2020

DWT Online 07/05/2020 09:57  Merredith Bruce

Polanen: 'Rechter heeft minst vergaande besluit genomen'

Sam Polanen vindt dat de rechter in feite heeft 'gecorrigeerd' wat de wetgever mogelijk verkeerd heeft gedaan. Foto: Stefano Tull  

De valutawet die aangenomen is in De Nationale Assemblee is door de kortgedingrechter opgeschort. De fracties van de VHP en de NPS hadden een rechtszaak ingediend. De rechter heeft ze in het gelijk gesteld. De wet is opgeschort totdat in bodemprocedure de zaak wordt beslecht. 
Ook de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB), de Associatie van Surinaamse Fabrikanten en de Surinaamse Vereniging van Assurantie Maatschappijen hadden de rechter gevraagd de Staat te verbieden de valutawet toe te passen, totdat deze getoetst wordt door het Constitutioneel Hof. De wet zou volgens de eisers strijdig zijn met de grondwet en andere wetten. Zij voeren aan dat de wet direct en drastisch ingrijpt in de grondrechten van eisers. In deze zaak moet er nog een uitspraak komen. 

 

Fractieleden van de VHP en de NPS hadden de rechter gevraagd dat de Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren (valutawet) wordt opgeschort. De wet mag geen rechtskracht hebben totdat het Constitutioneel Hof een oordeel geeft over de (on)grondwettelijkheid hiervan. De initiatiefnemers van deze wet hebben volgens de Assembleeleden een geheel nieuwe wet met een andere naam goedgekeurd dan waarvoor ze waren geconvoceerd. Protesten hiertegen hebben niet geholpen. In de praktijk heeft deze wet niet gewerkt, want er is nog steeds sprake van vier koersen.  

PARAMARIBO - Staatsrechtgeleerde Sam Polanen vindt dat rechter Sylvana Bradley door de rechtskracht van de wet ‘Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren’ op te schorten “het minst vergaande besluit” heeft genomen. Hij reageert hiermee op vragen die de Ware Tijd aan hem heeft voorgelegd naar aanleiding van de ‘commotie’ die - vooral aan regeringszijde - is ontstaan over het besluit van de rechter dinsdag.

Onder andere Amzad Abdoel, fractieleider van de NDP in het parlement, heeft in de media zijn verbazing uitgesproken en vroeg zich af of de magistraat juridisch de bevoegdheid heeft om een wet buiten werking te stellen. Volgens Polanen staat centraal in deze zaak of aan het besluit van De Nationale Assemblee (DNA) in overeenstemming met artikel 80 van de Grondwet kracht van recht kan worden gegeven. Dit is primair wat de eisers - fracties van de VHP en de NPS - aan de rechter hebben gevraagd.

Polanen constateert niet dat de rechter haar bevoegdheden heeft overschreden, omdat zij de wet inhoudelijk niet heeft beoordeeld wat conform de trias politica ook niet mag. Ze heeft de toepassing, dan wel verbindendheid of rechtskracht van de wet opgeschort totdat het Constitutioneel Hof over de al dan niet grondwettelijkheid en derhalve de rechtskracht daarvan heeft beslist. Zij concludeert in haar overwegingen dat de rechts- geldigheid van de 'valutawet' niet vaststaat.

Voortbordurend hierop staat volgens Polanen centraal of het parlement volgens de procedures die zijn neergelegd in de Grondwet en het reglement van orde een besluit tot stand heeft gebracht met kracht van wetgeving. Zelf stelt hij dat de rechter met deze conclusie in feite "corrigeert" wat de wetgever mogelijk verkeerd heeft gedaan. Jurist Viren Ajodhia heeft woensdag in het actualiteitenprogramma 'ABC Actueel' de constateringen van de rechter terecht genoemd.

Hij legt uit dat er een nota was ingediend om de wet van 2012 te wijzigen, terwijl achteraf is gebleken dat het om een geheel nieuwe wet ging. "Om een goede wet te maken ben je een jaar bezig. Men heeft alles verkeerd aangepakt en geen enkele juiste procedure opgevolgd." Hij vindt dat de rechter terecht heeft geconstateerd dat de procedure zoals die is gevolgd niet heeft geleid tot een nieuwe wet en daarom heeft gezegd "ik schors dat stukje papier wat jullie wet noemen, want dat is het niet en daarom mag de rechter dat doen".-.q

Bankencrisis dreigt door economische problemen

DWT Online  23/04/2020 06:02 - Ivan Cairo

DSB-directeur Steven Coutinho Foto: TEDx Curaçao  

Speciale deviezenpot bij IMF mogelijk verkocht

Foto: imf.org  

DWT Online 23/04/2020 08:03 - Ivan Cairo

PARAMARIBO - Indien er geen maatregelen worden getroffen om het bedrijfsleven te ondersteunen, komt er mogelijk een bankencrisis. Dat zei Steven Coutinho, directeur van De Surinaamsche Bank, dinsdag tijdens een discussieavond van Kenniskring Suriname die online werd gehouden.

Samen met econoom tevens VES-secretaris Steven Debipersad en belastingconsulent Anouschka Nabibaks ging hij in op de effecten van de downgrading van Surinames kredietwaardigheid, de valutaschaarste en de coronacrisis op de Surinaamse economie. Nu al is er sprake van een economische en een valutacrisis.

Ondernemingen die in ernstige problemen verkeren zullen hun leningen bij banken niet meer kunnen aflossen, wat op zijn beurt tot grote problemen in de bancaire sector zal leiden. Een grote dreiging voor de bankensector momenteel is een mogelijke 'default' van Suriname als de regering over vier dagen niet in staat zou blijken te zijn de rente voor de obligatielening van 550 miljoen US dollar te betalen.

Enkele dagen geleden stelde Financiënminister Gillmore Hoefdraad tegenover de Ware Tijd dat de regering alles op alles zet om aan haar betalingsverplichting te voldoen. Daar banken nu volgens de International Financial Reporting Standards (IFRS) hun boekhouding moeten opstellen zal een default onmiddellijk negatieve effecten hebben voor hun liquiditeitspositie. "Dat is geen mooi beeld", aldus Coutinho.

De coronacrisis strooit daarbovenop nog meer zout in de wonden. Door verminderde inkomsten zullen bedrijven in zwaar getroffen sectoren zoals de horeca meer moeten lenen om het hoofd boven water te houden. Sommige zullen hun leningen niet kunnen aflossen, wat tot verlies van banken zal lijden.

Om dat op te vangen stelt de DSB-directeur voor dat het kasreservebeleid van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) wordt aangepast. Momenteel moeten handelsbanken 35 procent van hun tegoeden als kasreserve aanhouden. Coutinho bepleit dat het 10 procent wordt. Hierdoor krijgen de banken meer ruimte om kredieten te verschaffen aan het bedrijfsleven.

Er zal verder een overbruggingsfaciliteit voor bedrijven moeten worden gecreëerd zoals in de Verenigde Staten is gedaan; 360 miljard US dollar is via het bankwezen gekanaliseerd naar bedrijven in de vorm van small business loans. Driekwart van dat bedrag is voor het uitbetalen van salarissen zodat arbeidsplaatsen behouden blijven.

De DSB-topman is van oordeel dat de noodfinanciering die via de banken en de CBvS zou moeten komen niet naar de overheid, maar naar de particuliere sector moet gaan, "omdat we weten dat er bij de overheid issues zijn wat betreft het beheren van fondsen".

Om de economie weer aan de praat te krijgen en op het juiste spoor zou de regering weer met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in zee dienen te gaan, oppert Coutinho. Hij verwacht evenwel dat dat niet van een leien dakje zal gaan, vooral omdat de regering enkele jaren geleden het IMF binnenhaalde maar zich niet heeft gehouden aan afspraken en een door het IMF voorgesteld economisch herstelprogramma niet is uitgevoerd.

Als Suriname met het IMF in zee zal gaan, zullen verregaande structurele maatregelen getroffen dienen te worden, zoals forse afslanking van het ambtenarenapparaat en belasting- verhogende maatregelen. Coutinho wijst erop dat al een aantal decennia de structuur van de Surinaamse economie zeer eenzijdig is en opeenvolgende regeringen hebben nagelaten de economie te herstructureren.

Er is een te grote afhankelijkheid van natuurlijke hulpbronnen, namelijk olie en goud, terwijl het grootste deel van de arbeidzame bevolking in het ambtenarenapparaat is gestopt. "De overheid is niet productief; ze maakt namelijk niets om te verkopen. Het is een dienstverlenend orgaan."

PARAMARIBO - De regering heeft - naar de Ware Tijd verneemt - de speciale deviezenreserve (SDR) die Suriname bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft, verkocht of is in onderhandeling om deze te verkopen. Met de opbrengst zal de rente van tussen de 26 en dertig miljoen US dollar voor de Oppenheimer-obligatielening van 2016 worden betaald om een mogelijke default af te wenden. Vóór eind van deze maand moet de rente worden betaald.

Vernomen wordt dat werd onderhandeld met Zwitserland. Bij het ter perse gaan van de krant woensdagavond had minister Gillmore Hoefdraad van Financiën nog niet gereageerd op vragen over deze kwestie die de redactie aan hem had voorgelegd. Ook het IMF werd benaderd voor een reactie.

"We geven geen commentaar op de specifieke financiële transacties van leden", zei Randa Elnagar, bij het IMF verantwoordelijk voor de communicatie over Suriname. Ze voegde eraan toe dat krachtens de regels van het instituut IMF-leden het recht hebben om onderling en met andere houders van bijzondere trekkingsrechten SDR's in te wisselen voor vrij bruikbare valuta's. Lidlanden kunnen SDR's gebruiken in operaties en transacties waarbij het IMF betrokken is, zoals de betaling van rente op en terugbetaling van leningen.

Op de meest recente weekbalans van de Centrale Bank van Suriname (9 april) had de staat Suriname SRD 232,4 miljoen aan SDR's staan. Omgerekend op basis van de door de moederbank gehanteerde wisselkoers van 7,396 is dat gelijk aan circa 31,3 miljoen US dollar. Naar wordt vernomen heeft Suriname zijn SDR's voor een bedrag van circa 22 miljoen US dollar verkocht.

Special Drawing Rights (SDR of XDR) zijn certificaten die door het IMF worden uitgegeven. Ze werden binnen het systeem van Bretton Woods geïntroduceerd om een mondiaal gemeenschappelijke basis van betaling te hebben, onafhankelijk van schommelingen van een munt ten opzichte van een andere en zonder een land te bevoordelen door de munt van een land tot internationale standaard te verheffen.

De waarde van de SDR wordt bepaald door een mandje van de belangrijkste handelsmunten binnen het mondiaal monetair systeem: de Amerikaanse dollar, euro, yen, pond en yuan. Deze handelsmunten kunnen onderling, via een 'fixed currency'-systeem bij het IMF verrekend worden in SDR's.

Ook Jim Bousaid waarschuwt voor enorme tijdbom

DBS Geplaatst op april 19, 2020

“Explosie gaat vooral gelijk na verkiezing komen”

De econoom Jim Bousaid waarschuwt voor een enorme tijdbom waarvan de explosie vooral gelijk na de verkiezing zal komen. Hij doelt op het noodfonds van SRD 400 miljoen dat een onderdeel is van de op 8 april goedgekeurde Wet Uitzonderingstoestand Covid-19. Hij vermoedt dat deze wet als een ‘paraplu’ dient om hele andere overheidsuitgaven te financieren. “De bom ligt voor ons en de oorzaak ligt in het beleid dat nu gevoerd wordt”, accentueert Bousaid in het radioprogramma KAAK van 15 april.

Overheid heeft meer dan 20% uit kredietverlening banken

‘Hoe zal de regering die SRD 400 miljoen bij elkaar harken? Lenen, lenen, en nogmaals lenen. Daar schuilt het gevaar.’ Bousaid vertelt dat de Financiënminister Gillmore Hoefdraad het gemikt heeft op de binnenlandse kapitaalmarkt, wat monetair gezien minder storend is. ‘Het probleem is echter dat het bankwezen al behoorlijk veel geleend heeft aan de staat; meer dan 20% van de kredietverlening van de banken bestaat uit de overheid waarbij een groot deel van de kredieten in vreemde valuta luiden. Hiervan is de solvabiliteit van de overheid reeds in gevaar.’ Volgens Bousaid komt dat sterk tot uiting bij de ‘verdamping’ van de US$ 100 miljoen aan kasreserve en US$ 100 miljoen aan termijndeposito’s binnen CBvS, die de staat niet kan aflossen. De econoom voert aan dat de banken daardoor niet happig zullen zijn om de overheid weer geld te lenen.

“Regering mag in feite SRD 1.1 miljard extra lenen”

‘Dat deel van de binnenlandse kapitaalmarkt is dus onzeker. Wat is een andere optie? De moederbank. Dat is erg schadelijk want dat betekent toename van liquiditeit en toename van monetaire financiering. En dat gaat de koers weer omhoog drukken. We zitten op een enorme tijdbom waar ik ernstig voor moet waarschuwen. De explosie gaat vooral gelijk na de verkiezing komen.’ Bousaid gaat ervan uit dat het noodfonds uiteindelijk meer dan SRD 400 miljoen zal omvatten. ‘In de wet is namelijk opgenomen dat de vlottende staatsschuld geconsolideerd wordt. Dat heeft betrekking op de voorschotten die de staat bij de moederbank opneemt, dat is 10% van de begrote inkomsten. De regering heeft reeds SRD 670 miljoen opgenomen.’ Bousaid wijst erop dat zodra dit wordt omgezet in een langlopende rekening, de limiet van 10% weer vrijkomt. “Dus eigenlijk heeft de Financiënminister goedkeuring gekregen van De Nationale Assemblee om bijna SRD 1.1 miljard extra te lenen. Ik geloof dat dit één van de doelstellingen van deze wet is geweest en dat Covid-19 daarvoor is gebruikt”, aldus Bousaid.

KSR

Hans Moison:
“Valutawet gaat om waardedaling SRD”

Suriname Herald 17 april 2020 om 08:16

Hans Moison, een van de sprekers tijdens de virtuele bijeenkomst van de Kenniskring. Foto: Kenniskring

IDB verwacht scherpe economische terugval Suriname

DWT Online  18/04/2020 08:04
 Van onze redactie

Hans Moison, gewezen directielid van De Surinaamsche Bank (DSB), heeft onlangs tijdens een virtuele bijeenkomst van de Kenniskring aangegeven dat het bij de Wet controle valutaverkeer en transactiekantoren niet gaat om de stijgende wisselkoers van de Amerikaanse dollar en euro, maar om de waardedaling van de Surinaamse munt, de Surinaamse dollar (SRD).

De regering heeft volgens hem met deze wet als doel om de waarde van de SRD te beschermen. “Met het aannemen van een wet kan de regering niet voorkomen dat de waarde van de SRD daalt”, beweert Moison. Hij legde uit dat elke SRD die in omloop wordt gebracht een dekking heeft. Traditioneel bestaat die uit goud en zilver, maar ook actieve bezittingen van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), zoals de deviezenreserve. “Aan deze voorwaarde wordt allang niet meer voldaan”, zegt de bankier.

Hij benadrukte dat de CBvS geen vreemde valutavorderingen meer heeft, dan de spaargelden van burgers en in feite zo goed als failliet is. Dit komt door de valutaveilingen, indirecte monetaire financiering en een negatief eigen vermogen van de moederbank.

Moison gaf verder aan dat de moederbank vanaf 2015 geen jaarverslagen heeft. Dat de waarde van de SRD aan het dalen is, komt volgens het oud-directielid van DSB door stelselmatige ontwrichting van de overheidsfinanciën door enorme begrotingstekorten, kolossale leningen en langdurige monetaire financiering. “Resumerend: alle potjes zijn leeg, alle reserves zijn verdwenen.” Dit betekent volgens hem dat alle financiële en monetaire parameters op rood staan, waardoor de SRD in waarde daalt.

Onzekerheid
De Valutawet zal volgens hem ook niet ertoe leiden dat de wisselkoers zal stabiliseren. Hij merkte op dat de wet juist meer onzekerheid creëert in de samenleving. “De waarde van de SRD wordt kunstmatig in stand gehouden”, aldus Moison. Hij gaf ook aan dat de parallelkoers verder zal stijgen en de zwarte markt zal opbloeien.

Verder legde hij uit dat na de afkondiging van de wet veel mensen Amerikaanse dollars hebben gewisseld tegen hoge koersen, waardoor er voor een moment veel dollars beschikbaar waren en de koers toen een lichte daling kende. “Het was dus een complete misvatting”, beweert hij.

Een ander effect van deze wet is volgens hem dat importeurs goedkoop kunnen importeren en dat de prijzen hierdoor in de winkels laag kunnen blijven, maar dat betekent dat de import niet tegen een realistische prijs wordt gedaan. Hij legde uit dat de rekening hiervan uiteindelijk wordt betaald door de maatschappij of zelfs de CBvS.

“Aan de andere kant zijn dus de exporteurs, die hun verdiende vreemde valuta moeten omrekenen in SRD tegen een veel te lage koers. Dat betekent dat hun opbrengsten dramatisch dalen en zij hun bedrijven kunnen sluiten. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”, aldus Moison.

De wet is volgens hem doorgedrukt door de coalitie en is in strijd met andere wetten. Toen de oppositie erachter kwam dat het om een andere wet ging, heeft zij de zaal verlaten. Moison gaf aan dat de wet geen draagvlak geniet en dat er in feite sprake is van parlementaire dictatuur door de NDP-coalitie.

PARAMARIBO - De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) verwacht voor dit jaar een scherpe terugval van de economie vanwege de coronacrisis. Zo staat in het rapport 'The Impact of COVID-19 on the Economies of the Region'. De recessie zal waarschijnlijk even erg zijn als in 2015 toen een daling van de olie- en goudprijzen en de stopzetting van bauxietactiviteiten resulteerden in een negatieve groei van circa 5,6 procent.

"Zoals in ons verslag van december werd besproken, verwachtten we dat de economische groei van het land op middellange termijn zou blijven verbeteren, met een reële bbp-groei van naar schatting 2,5 procent in 2020. De recente ontwikkelingen werpen nu echter twijfel op over die veronderstelling. Voor 2020 wordt een lagere groei verwacht of een economische krimp die op zijn minst vergelijkbaar is met de daling van 2015 (-5,6 procent)", schrijft de IDB in de analyse van de impact van de coronacrisis op Barbados, Jamaica, Guyana, Suriname, de Bahama's en Trinidad en Tobago.

Toch zal Guyana het er beter af brengen dan de andere landen. Een andere financieel instituut, de Wereldbank, voorspelt dat het westerbuurland het enige land in Latijns-Amerika en het Caribisch Gebied zal zijn dat dit jaar een groei van zijn economie zal realiseren. Dit komt door de gigantische aardolie-inkomsten die vanaf begin dit jaar binnenstromen. Voor Guyana wordt een groei van circa 52 procent voorspeld.

De IDB baseerde haar eerdere positieve groeiverwachting voor de Surinaamse economie op veronderstellingen van het Internationaal Monetair Fonds. De uitgangspunten van het IMF voor de prijzen van ruwe olie en goud ter ondersteuning van een economische groei van 2,5 procent in 2020 waren respectievelijk 57,90 US dollar per vat en 1.531 US dollar per troy ounce.

Echter, door COVID-19-gerelateerde vraag- en aanbodschokken en spanningen tussen Rusland en Saudi-Arabië kelderden de prijzen voor ruwe olie in maart 2020 met 60 procent. Goudprijzen fluctueerden met een marginaal verschil rond de veronderstelling van het IMF. "De aanhoudende grondstofprijsschok zal negatieve effecten op de groei hebben en kan de fiscale en externe posities verder verzwakken", aldus de IDB.

Behalve de prijsschommelingen zullen de beperkende maatregelen die de regering heeft getroffen een negatieve impact hebben op de economie, zegt de IDB. De noodzakelijke beperkingen in verband met social distancing wereldwijd en binnen Suriname kunnen grote negatieve gevolgen hebben voor de binnenlandse economische activiteit, afhankelijk van hoe lang ze van kracht blijven.

De sectoren van "menselijk contact", zoals entertainment, restaurants, bars, winkels, transport en thuiszorg, zullen naar verwachting in deze periode het meest worden getroffen. Bovendien worden nieuwe investeringen waarschijnlijk uitgesteld en kunnen infrastructuurprojecten vertraging oplopen bij de uitvoering, wat gevolgen kan hebben voor de economische activiteit in de bouwsector. Hoewel de toeristische sector in Suriname relatief klein is, kunnen er grote gevolgen zijn voor bedrijven en huishoudens die afhankelijk zijn van de waardeketen van reizen en toerisme, bijvoorbeeld hotels, restaurants, transport en touroperators.

De aanhoudende schok heeft een ongekende impact in ontwikkelde en opkomende economieën met grote overloopeffecten die worden verwacht voor kleine open economieën zoals Suriname. COVID-19 zorgt voor een wisselwerking tussen volksgezondheid en economische gezondheid, aangezien veel landen niet-essentiële diensten en bedrijven tijdelijk sluiten en werknemers vragen thuis te blijven. In dat verband zou een immens gecoördineerde beleidsreactie - fiscaal, monetair en sociaal - nodig zijn om eerst de curve op COVID-19 af te vlakken en vervolgens een multisectorale beleidsreactie om de daaruit voortvloeiende economische uitdagingen aan te pakken, aldus de bank.

Lopende beleidsdiscussies zijn volgens de IDB gericht op voortzetting van de distributie van basisvoorzieningen, cruciale overheidsdiensten en nutsvoorzieningen tijdens de COVID-19-crisisperiode. De autoriteiten bekijken ook maatregelen ter ondersteuning van het bedrijfsleven. Echter, de reactie op het begrotingsbeleid wordt beperkt door uitdagende macro-economische omstandigheden en een onzekere begrotingssituatie. De aanhoudende schok zal de begrotingsrekeningen waarschijnlijk verslechteren door een daling van de inkomsten - voornamelijk olie - en ook door verminderde belastinginkomsten.

Toch is er een grote fiscale inspanning nodig om de effecten van COVID-19 te verzachten en huishoudens en bedrijven te ondersteunen. In dat verband is het van belang om de begroting te verruimen om de COVID-19-crisis aan te pakken door de geplande uitgaven op korte termijn te heroriënteren en te zoeken naar goedkope financiering. De IDB schrijft dat de regering vanaf 13 maart snel heeft gehandeld door maatregelen te treffen om verdere import van het virus te voorkomen door het luchtruim te sluiten en beperkende maatregelen af te kondigen zoals social distancing, sluiting van scholen en beperking van de activiteiten in de horecasector.

 

Derde degradatie op rij: Banken krijgen last van downgrading

DWT Online  16/04/2020 10:03 - Ivan Cairo

Eblein Frangie, voorzitter van de Surinaamse Bankiersvereniging. Foto: Stefano Tull

PARAMARIBO - Moody’s Investors Service heeft evenals andere ratingbureaus Surinames kredietwaardigheid voor de lange termijn naar beneden bijgesteld van B2 naar B3. Ook de vooruitzichten zijn gewijzigd van ‘stabiel’ naar ‘negatief’. Deze kredietrating komt op hetzelfde neer als de CCC-ratings die onlangs al werden gegeven door Fitch Ratings en Standard & Poor’s, menen deskundigen.

De ratings komen erop neer dat er grote bezorgdheid bestaat dat Suriname bij ongewijzigde omstandigheden over enige tijd niet in staat zal zijn, zijn schulden terug te betalen. Behalve banken krijgen bedrijven als Staatsolie, dat mogelijk op de internationale kapitaalmarkt geld zal moeten zoeken om te investeren in de productie van de offshore olievoorraden, het moeilijk.

De leenkosten voor het staatsbedrijf zouden hoger kunnen worden. "Hoe slechter de rating, hoe duurder lenen op de internationale kapitaalmarkt wordt", zegt een ingewijde in de financiële sector tegen de Ware Tijd

Moody's: "De verlaging naar B3 weerspiegelt de aanzienlijke verslechtering van de begrotingsstatistieken aangezien groter dan verwachte begrotingstekorten in 2018 en 2019 hebben geleid tot een aanhoudende stijging van de overheidsschuld tot 75 procent van het bbp eind 2019." In 2015 toen het kabinet-Bouterse/Adhin aantrad, was dat nog 43 procent. 

Het terugbetalingsvermogen is ook verslechterd, terwijl de verhouding tussen rente en overheidsinkomsten is gestegen van 7,3 procent in 2015 naar 15,6 procent. Moody's verwacht dat de schuldenlast van Suriname in 2021 een piek zal bereiken van ongeveer 81 procent van het bbp - hoger dan eerder verwacht - en de komende jaren rond dat niveau zal blijven, waarbij de betaalbaarheid van schulden de komende twee jaar rond 20 procent van de overheidsinkomsten zal bedragen. 

Voorts wordt aangegeven dat de verlaging van de rating een weerspiegeling is van een verhoogde liquiditeit en externe risico's.
"De negatieve vooruitzichten voor de B3-rating weerspiegelen de opvatting van Moody's dat de risico's naar beneden zijn bijgesteld. Bij gebrek aan begrotingsconsolidatie zullen aanhoudende grote begrotingstekorten in 2020-2021 potentiële financieringsrisico's opleveren."

De verslechterde ratings hebben een direct effect op het lokale bankwezen, zegt Eblein Frangie, voorzitter van de Surinaamse Bankiersvereniging, desgevraagd tegen de krant. Hij legt uit dat vanwege de slechte kredietrating het eigen vermogen van de banken zal eroderen.

Volgens het International Financial Reporting Standards (IFRS) dienen banken al hun financiële activa te waarderen en voorzien van het zogenoemde tegenpartijrisico. Banken hebben op hun balans termijndeposito's, schatkistpapier, geld bij de Centrale Bank en geld bij andere lokale banken.

"Vanwege de verslechterde rating, wat inhoudt dat de kans op terugbetalen kleiner wordt, moeten volgens IFRS voorzieningen worden getroffen om de kans dat je niet wordt betaald in te schatten en af te trekken van het bedrag dat de Staat, de Centrale Bank of een andere bank schuldig is", geeft Frangie aan.

Banken moeten dus een procentuele inschatting maken van het bedrag dat ze verwachten niet terug te krijgen en deze als voorziening op te nemen in hun winst- en verliesrekening. Moody's heeft ook de langetermijnobligaties en depositoplafonds van Suriname verlaagd van respectievelijk Ba3 naar B1 en van B3 naar Caa1. De langetermijnobligaties en depositoplafonds in lokale valuta zijn verlaagd van B1 naar Ba2. Alle kortetermijnplafonds in vreemde valuta blijven op 'Not Prime'.

De economische en financiële gevolgen van de coronapandemie, samen met de bestaande institutionele tekortkomingen die de doeltreffendheid van het beleid beperken, zullen de inspanningen tot begrotingsconsolidatie beperken. Bovendien is Suriname door een groot deel van de in vreemde valuta luidende overheidsschuld blootgesteld aan wisselkoersschokken.

Het ratingbureau constateert een aanhoudende druk op de wisselkoers, waardoor de kans groter wordt dat een abrupte correctie de schuldcijfers en het algehele kredietprofiel van Suriname verder kan uithollen. Moody's verwacht dat het begrotingstekort 9,2 procent van het bbp in 2020 en 7,8 procent van het bbp in 2021 zal zijn.

Naast de hogere uitgaven in verband met de coronapandemie, zal er waarschijnlijk een druk op de uitgaven ontstaan in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 25 mei, wat zal bijdragen tot hogere uitgaven de eerste helft van 2020.

Daarnaast blijven de overheidsinkomsten die voor een belangrijk deel zijn gebaseerd op de goud- en olie-exporten gevoelig voor prijsschokken op de internationale markt. "Bovendien heeft de regering beperkte uitgavenflexibiliteit, gezien een relatief hoog aandeel van de uitgaven aan lonen en rentebetalingen."

Moody's zou de rating van Suriname waarschijnlijk verder verlagen als de liquiditeitsdruk toeneemt, een risico dat reëel is als Suriname een aflossing van de obligatiebetaling niet kan doen. Bovendien zal het ratingbureau de rating waarschijnlijk verlagen als het van oordeel is dat het begrotingsbeleid na de verkiezingen niet in staat is de liquiditeitsdruk aanzienlijk te verminderen of de begrotingsvooruitzichten op middellange termijn te verbeteren.

Moody's zou de vooruitzichten kunnen wijzigen in stabiel als er duidelijk bewijs komt dat de regering voornemens is een beleid te voeren dat de liquiditeitsdruk zal verlichten en de verslechtering van de fiscale maatstaven zal terugdringen.

Gebrek aan cash dollars baart rekeninghouders zorgen

Starnieuws 17 Apr, 00:00

Mensen die vreemde valuta willen opnemen van hun eigen rekening, zijn geschrokken dat ze niet eens US$ 200 konden opnemen bij De Surinaamsche Bank (DSB). Zij hebben van de bank te horen gekregen dat er geen cash US-dollars zijn. Wie giraal overgemaakt heeft, kan helemaal niet komen aan cash US-dollars. Alle banken hebben een limiet voor opname van cash US-dollars. 
De algemeen directeur van DSB, Steven Coutinho, om een reactie gevraagd, zegt aan Starnieuws dat de hoeveelheid cash in omloop steeds afneemt. Hij merkt op dat de bank helaas beperkingen moet opleggen. "Dit, totdat de Centrale Bank van Suriname met een oplossing komt die duurzaam werkt voor de samenleving en onze klanten," zegt de bankier. Bij DSB is de limiet US$ 250 per week voor mensen die cash gestort hebben. Wie giraal overmaakt van een andere bank, kan niet cash gaan innen. 

Nu het luchtruim ruim een maand gesloten is, komen er ook geen toeristen naar Suriname. De US-dollars die via de Federal Reserve Bank New York (Fed) naar Suriname werden verzonden, zijn ook opgeschort in februari. Alle banken hebben het probleem om cash dollars uit te betalen. Sinds een maand komen er ook geen euro's meer het land binnen. Het geld dat er is, rouleert.  
Mensen die vreemde valuta bij de banken hebben, zijn bezorgd over de situatie. "Het is mijn eigen geld en ik kan er niet aan komen. Dit is wel heel erg," zegt een cliënt van DSB aan Starnieuws. "Ik ga deze kwestie niet zo laten, want het gaat om mijn moeizaam gespaard geld." 

 

Starnieuws 15 Apr, 00:02

Ook Moody's verlaagt kredietwaardigheid Suriname

De West Online  April 14, 2020

Hoefdraad benadert banken voor leningen ‘Noodfonds’

ABC Radio Actyeel 15-04-2020:
Reactie van Winston Ramutarsing

In navolging van Fitch Rating en Standard & Poor's heeft ook Moody's Surinames kredietwaardigheid omlaag gebracht. Suriname is van B2 naar B3 gedegradeerd. Ook de vooruitzichten zijn van stabiel naar negatief gegaan. Moody's heeft de nieuwe rating dinsdag bekendgemaakt. 
Econoom en oud-bankier Jim Bousaid zegt aan Starnieuws dat het te verwachten was dat deze kredietbeoordelaar ook dezelfde trend zou volgen als de andere twee. Moody’s volgt een iets andere ratingmethode, maar de downgrade en de rating komen overeen met die van Fitch and Standard and Poor's. "Deze beoordeling bevestigt dat het bar slecht gaat met de economie van het land. De regering onderneemt geen stappen om verbetering aan te brengen. Integendeel worden er steeds meer uitgegeven en geleend," stelt Bousaid. 

Moody's voert aan dat de overheidsfinanciën enorm aan het verslechteren is. Het begrotingstekort is groot. De wisselkoers staat eveneens onder druk, terwijl de schulden alleen toegenomen zijn. Bousaid merkt op dat de regering op 26 april US$ 25.4 miljoen moet betalen aan rente voor de Staatsobligatie van US$ 550 miljoen via Oppenheimer. De waarde van deze bond is intussen gedaald tot 41%. In juni moeten aan rente en aflossingen nog eens US$ 23.6 miljoen betaald worden aan de overbruggingslening die via Oppenheimer is genomen. 
Naast de financiële krapte en verminderde inkomsten, zijn er ook extra middelen nodig voor de coronacrisis. Daarbij is een wet aangenomen waarin de regering een noodfonds van SRD 400 miljoen mag instellen. De regering zal extra geld moeten lenen op de lokale markt of monetair financieren. Bousiad merkt op dat er geen ombuiging van het beleid komt, waardoor Suriname steeds lager wordt beoordeeld. Het land zal steeds minder in staat zijn om zijn schulden af te lossen. Internationaal neemt het vertrouwen van investeerders af. 

 

De Wet Uitvoering Uitzonderingstoestand (WUU) is vorige week met 27 stemmen voor aangenomen in de Nationale Assemblée en de onderbouwing voor deze aanname vond in het kader plaats van het “Covid-19” virus, dat wereldwijd hele economieën lam legt. Naar wij vernemen, lopen de kasreserves bij de aanname van deze wet groot gevaar, wanneer er een dergelijke noodtoestand zal worden afgekondigd, omdat de regering zich in zo een geval, niet hoeft te houden aan de Bankwet. Juristen bevestigden tegenover de krant, dat de regering bij het uitroepen van een noodtoestand, kan lenen wat ze wil en verkopen wat ze wil. Verder heeft de redactie uit meerdere en zeer betrouwbare bronnen vernomen, dat de minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad na de afkondiging van de WUU spoorslags een beroep heeft gedaan op de lokale banken. Het verzoek van Hoefdraad was duidelijk t.b.v. het “noodfonds” in het kader van de verdere verspreiding van Covid-19. De banken moeten in de loop van deze week aangeven of zij middelen beschikbaar kunnen stellen aan de regering, zodat het fonds het bedrag van SRD 400 miljoen kan bereiken. Volgens deskundigen binnen de financiële sector bevat de WUU geen voorwaarden of een tijdstip van beëindiging van de Uitzonderingstoestand. De Memorie van Toelichting bepaalt de duur tot maximaal een half jaar (drie maanden en een eenmalige verlenging van nog drie maanden).

Volgens de WUU kunnen er buitengewone maatregelen getroffen worden vanwege een situatie ‘in verband met de bescherming van de algemene veiligheid van burgers’ en wel in het oordeel van de Regering alleen. Deze algemene grond houdt geen verband, en hoeft, naar formulering, geen verband te houden met COVID (of de aanleiding voor toekomstige uitzonderingssituaties) en is naar de vrije interpretatie van de regering zelf en alleen, derhalve wijd open voor misbruik en/of willekeur. De interpretatie van deze wet is daarom uitvoerig besproken door organisaties zoals de Vereniging van Economisten in Suriname (VES), Vereniging Surinaamse Bedrijfsleven (VSB) en de Vereniging van Medici in Suriname (VMS). Ook op politiek niveau hebben verschillende partijen hun bezorgdheid geuit over de wijze waarop deze nieuwe wet misbruikt kan worden, aangezien de bankwet en de wet op de Staatsschuld, opzij gezet zijn.

President: Alle Covid-19 maatregelen met 14 dagen verlengd

Starnieuws  10 Apr, 18:10

Het 'Statement" van de President van Suriname

Radio Tamara Damsko 11-04-2020: Reactie van DNA-lid Edward Belfort

President Desi Bouterse houdt een toespraak tot het volk. (Beeld: NII)

President Desi Bouterse deelt mee dat ondanks de sluiting van de grenzen mensen kans hebben gezien om buiten de controleposten om toch Suriname binnen te komen. "Wij moeten deze situatie met de hoogste staat van paraatheid benaderen. Daarom worden alle maatregelen met nogmaals veertien dagen verlengd," deelt de president mee in een televisietoespraak. 

Suriname, we hebben de afgelopen weken zo ons best gedaan om de Covid-19 situatie onder controle te brengen. Ik heb heel veel mensen een positieve bijdrage zien leveren. We gingen daardoor op weg naar een situatie waarbij we konden zeggen: Suriname heeft het Covid-19 virus vrij goed gecontained. 

We hebben afgelopen week ook het wettelijk kader in elkaar gezet om op te kunnen treden bij calamiteiten, en ons de middelen te geven voor voeding, medicijnen en noodbijstand, op weg naar herstel van onze samenleving. Wij waren bijna zover om ook alle mensen in het buitenland terug te halen. 

Aan de mensen in het buitenland, wil ik zeggen, ik weet dat u Suriname mist en graag zo snel mogelijk terugkomt. Echter hebben wij de verantwoordelijkheid om alle zaken op orde te hebben, zodat u veilig terugkomt, en we ook hier de zaak containen.

Er is echter een dringende verandering in de situatie. De veiligheidsdiensten hebben, samen met de virologen, alarm geslagen. Overste Veira heeft het gevaar geschetst. Ondanks de sluiting van onze grenzen, hebben individuen kans gezien om buiten de controleposten om toch over te steken. De realiteit is dat wij hierdoor acuut aankijken tegen mogelijk duizenden besmette gevallen. Wij moeten deze situatie met de hoogste staat van paraatheid benaderen. Daarom worden alle maatregelen met nogmaals veertien (14) dagen verlengd.

Het hele weekend zullen wij spoedoverleg voeren, met de virologen en ordediensten, en zien welke noodinterventies er nodig zijn qua gezondheidszorg en veiligheid. Ik herhaal het weer: Tang na oso! Lespeki tang faraweh. No abra a liba! 

Suriname, we zijn in een hele serieuze situatie gekomen. Ons binnenland is in acuut gevaar. En daarmee zijn wij allen in gevaar. Luistert u alstublieft. Anders zullen wij genoodzaakt zijn om de NOODTOESTAND af te kondigen in de grensgebieden. 

Ons zorgsysteem kan een verspreiding niet aan. Wanneer onze broeders en zusters in het binnenland geconfronteerd worden met de uitbraak van het virus zijn wij te laat! Een uitbraak in ons binnenland zal binnen no time tot duizenden besmettingen leiden. Ook in de stad. Suriname, laten wij meer dan ooit, goed beseffen waarmee wij bezig zijn.

Het is Goede Vrijdag vandaag: een dag van bezinning. Laten wij het werk voortzetten, waarbij wij onszelf en onze omgeving veilig houden. Waarbij wij positief bijdragen aan het STOPPEN van het virus. Laten wij samen bidden. Ik nodig eenieder uit om mee te doen vanuit uw eigen geloofsovertuiging. Laten wij bidden voor onze doctoren, verzorgers en hulpdiensten. 

Laten wij bidden voor onze broeders en zusters in uniform die ons beschermen. Laten wij bidden voor wijsheid voor het Covid Management Team. Laten wij bidden voor een gezond en harmonieus Suriname. Voor een Suriname waarbij wij genezing zien. Voor een Suriname dat zichzelf herwonnen heeft, dankzij de vele zegeningen van dit land. En laten wij bovenal rotsvast vertrouwen op deze gezamenlijke krachtsinspanning.

Sranan, Gado n’a wi fesiman.

Een GEZEGEND Pasen.

Lobi 

Het betreffen de volgende maatregelen: -De partiële lockdown, waarbij geldt dat men zich van 20.00 uur ‘s avonds tot 06.00 uur de volgende ochtend niet op straat mag begeven, met uitzondering van  mensen uit de zorg, veiligheid en essentieel bestemmingsverkeer ten behoeve van het werk. -Beperkte samenscholing tot maximaal 10 personen en een sociale afstand van 2 meter. -Alle kansspelgelegenheden en casino’s blijven tot nader order gesloten.


Winsten Ramutarsing   

Schuldenlast loopt verder op; rente lening met 3% verhoogd

Starnieuws 07 Apr, 11:16

ABC Radio 07-04-2020: Commentaar van Winsten Ramutarsing   

De rente op de recente obligatielening die de Staat Suriname via de Oppenheimer Funds heeft uitgegeven op de internationale markt is met 3% verhoogd, naar 12,875%. De lening van US$ 125 miljoen was aangegaan voor de afbetaling van de stroomrekening bij Suralco van de Afobaka Stuwdam in december  vorig jaar. Dit betekent dat de regering US$ 3,75 miljoen extra moet ophoesten voor het niet nakomen van de voorwaarden waaronder de overbruggingslening was aangegaan vorig jaar.

De snel verslechterde naam van Suriname op de internationale kapitaalmarkt, heeft na de recente downgrade van Fitch en Standard & Poor's opnieuw een behoorlijke deuk gekregen, zegt oud-bankier en econoom Jim Bousaid in reactie op de verhoogde rente op de Bridge Loan aan Starnieuws. "Gisteren heeft Surinaamse regering in een verklaring bevestigd dat zij in gebreke is om te voldoen aan de voorwaarden van de lening die via Oppenheimer op de internationale kapitaalmarkt is genomen."

In een bekendmaking van de regering staat: "De Republiek Suriname deelt aan houders van notes van haar lening van US$ 125 miljoen, tegen 9.875% rente, mee dat zij in gebreke is om, zoals afgesproken, uiterlijk 19 maart 2020 aan de houders een overzicht te sturen van haar terugbetaalcapaciteit.

Volgens de voorwaarden van de leningsovereenkomst had dit binnen 90 dagen na ondertekening moeten gebeuren. Dit betekent dat het oorspronkelijk afgesproken rentepercentage van 9.875%, conform de voorwaarden nu geacht wordt met 3 procentpunten te zijn verhoogd en thans dus 12.875% te zijn.

De verhoogde rente gaat zal gelden tot dat Suriname heeft voldaan aan de voorwaarde om bedoeld overzicht van de terugbetalingscapaciteit te verstrekken." De Republiek Suriname heeft deze verklaring gisteren uitgegeven.
Bij de overname van de dam hadden de regeringsautoriteiten aangegeven dat er alleen maar voordelen waren verbonden als de dam in Surinaamse handen zou zijn. Drie maanden later is de lening per jaar verzwaard met US$ 3,75 miljoen rente tot bijna US$ 16,1 miljoen. De obligatielening loopt tot 2023.

 

Kans niet betalen schulden één op drie

DWT Online 02-04-2020
10:23 Ivan Cairo

Ook S&P verlaagt kredietwaardigheid naar ‘junk’-status

Starnieuws  02 Apr  04:12

Steven Debipersad

PARAMARIBO - Suriname verkeert momenteel in een financieel zo’n slechte positie dat het waarschijnlijk binnen een jaar zijn schulden niet zal kunnen aflossen. De kans is één op drie. Dat stelt ratingsbureau Standard & Poor’s in haar woensdag uitgegeven rapport waarin de kredietwaardigheid van het land is gedowngrade van B naar CCC+.

Het is de tweede keer binnen korte tijd dat Suriname door een toonaangevende kredietbeoordelaar de CCC-status heeft gekregen. Met deze bijstelling is de junkstatus die Fitch Ratings januari dit jaar het land toebedeelde, herbevestigd. De bijstelling naar CCC+ geldt ook voor de obligatielening van 550 miljoen US dollar die in 2026 terugbetaald moet worden.

De outlook bij de jongste rating is 'negatief'. Moeilijkheden om aan de financieringsbehoeften te voldoen, kunnen het vermogen van Suriname om aan zijn schuldverplichtingen te voldoen, beperken, wat volgens Standard & Poor's (S&P) maakt dat er tenminste een kans van één op drie is dat Suriname deze verplichtingen in de komende twaalf maanden niet zal kunnen nakomen.

Volgens het ministerie van Financiën zal Suriname dit jaar bijna SRD 1.7 miljard aan buitenlandse schulden aflossen en aan binnenlandse schulden SRD 500 miljoen. Hoewel de schuldaflossing in dit jaar zal stijgen, is het in het algemeen in lijn met historischelevels.

De huidige politieke context vormt een korte termijn risico voor de regering om snel en adequaat te kunnen reageren op bepaalde uitdagingen. De veroordeling van president Bouterse kan, volgens S&P, van invloed zijn op de aanstaande verkiezingen in mei 2020. De coalitie heeft namelijk een kleine meerderheid in het parlement die ze zou kunnen verliezen.

"Het kan voor elke partij zonder duidelijke meerderheid moeilijk zijn om tijdens deze stressvolle periode moeilijke beslissingen te nemen en tijdig de hervormingen door te voeren die nodig zijn om de financiën van Suriname op het pad naar duurzaamheid te brengen", stelt het bureau.

Verder wordt aangevoerd dat recentelijk een valutawet is aangenomen waarvan de beperkingen niet van toepassing zijn op de verplichtingen van de overheid in vreemde valuta.

Ook de negatieve vooruitzichten hebben ermee te maken dat, tenzij de omstandigheden gunstig worden, Surinames financieringspositie onhoudbaar wordt en het vermogen van het land om de komende twaalf maanden aan zijn schuldverplichtingen te voldoen, kan belemmeren.

De negatieve vooruitzichten betekenen ook dat de kredietwaardigheid de komende twaalf maanden verder verlaagd zou kunnen worden als de economische omstandigheden, de fiscale resultaten of de beschikbaarheid van financiering niet verbeteren, zegt S&P.

"Wij zijn van mening dat de aanstaande verkiezingen politieke onzekerheid hebben veroorzaakt die de reactie van de overheid beperkt op de verslechterende economische, fiscale en financiële uitdagingen waarmee het land wordt geconfronteerd. In dit scenario zou de overheid voor moeilijke afwegingen kunnen komen te staan, waarbij zij ervoor zou kunnen kiezen om sommige of al haar schuldverplichtingen niet volledig en op tijd af te lossen, wat volgens onze criteria neer komt op wanprestatie."

Met de komst van de COVID-19 pandemie en de daling van de olieprijzen, zal de druk op Suriname op korte termijn toenemen, omdat de financieringsbehoefte van de regering hoog blijft op een moment dat de financieringsmogelijkheden afnemen en de instituten verzwakken.

In een persbericht zegt de regering zich niet uit het veld te laten slaan door de wereldrecessie en de downgrade van rating agencies zoals Standard and Poor's. In het communiqué wordt overigens met geen woord gerept op de bezorgdheid van S&P dat de financiële situatie van dien aard is dat mogelijk binnen een jaar schulden niet afgelost zullen kunnen worden.

De regering stelt dat de voorbereiding voor een nationaal crisisplan om de economische effecten van COVID-19 aan te gaan in vergevorderd stadium is. Daarbij is belangrijk dat de handen ineen geslagen worden, omdat niemand anders dan het Surinaamse volk de verliezer zal zijn van deze pandemie.

De overheid zegt dat reeds is begonnen om samen met de vakbeweging een aantal belastingverlagende maatregelen te bespreken. Daarnaast worden ook voorstellen die zijn gedaan door de VSB en de ASFA bestudeerd.

Het verschuiven van de belastingschijven zal worden voorafgegaan door een hogere korting op de loonbelasting; de zogeheten heffingskorting, waardoor de koopkracht wordt versterkt via hogere nettolonen. Bedrijven die in financiële nood zijn geraakt door de COVID-19 crisissituatie, zullen bepaalde belastingkortingen en uitstel van betaling kunnen genieten.

In een tijd dat vrijwel de hele wereld het moeilijk heeft, zal er in Suriname nauw moeten worden samengewerkt aan beheersen en herstel van de crisissituatie. Er wordt met bevriende landen gezocht naar noodhulp en technische assistentie, zoals met de Cubaanse artsen en verpleegkundigen.

Met de internationale instellingen worden hulpprogramma's geïnitieerd die technische steun inhouden, maar ook geoormerkte directe financiële steun biedt aan getroffen doelgroepen en gebieden. "De COVID-19 crisis is een nationale zaak. We zullen het samen moeten overwinnen."

Nadat op 16 januari Fitch Ratings de kredietwaardigheid van ons land naar CCC terugbracht, neemt nu ook het toonaangevende Standaard and Poor’s (S&P) dit oordeel over. Deze afwaardering die gisteren door S&P wereldkundig werd gemaakt, geldt per direct voor de obligatie ter waarde van US$ 550 miljoen die de Staat is aangegaan in oktober 2016. Een CCC kredietoordeel wordt in de internationale financiële wereld gezien als zeer risicovol, wat inhoud dat de Surinaamse overheidsobligatie wordt gezien als een ‘junk bond’ en dus vermeden zal worden. Dit zegt econoom Steven Debipersad, die ook secretaris is van de Surinaamse Vereniging van Economisten. 

De afwaardering van B+ naar CCC+ heeft direct te maken met de structurele aard van de overheidstekorten. Deze zullen verder verslechteren door de sterke daling van de aardolieprijs en ten gevolge van de Covid-19 pandemie. S&P concludeert uit data van het ministerie van Financiën dat de kosten van de opgelopen schuldenlast van de Staat dit jaar bijna SRD 1,7 miljard moeten bedragen. Hiervan is SRD 500 miljoen gerelateerd aan kosten van binnenlandse schulden die dit jaar voldaan moeten worden. De kredietbeoordelaar stelt dat deze kosten gezien de huidige ontwikkelingen nog verder kunnen oplopen. 
Niet doeltreffend beleidDe instituten van ons land zijn volgens S&P in het afgelopen jaar verder verzwakt. Politieke keuzen als gevolg van de aanstaande verkiezingen verminderen de doeltreffendheid van beleidsreacties op de economische en fiscale uitdagingen waarmee het land wordt geconfronteerd. De huidige context brengt op korte termijn risico's met zich mee die snel en adequaat reageren door de overheid vereist. Een belangrijke ontwikkeling waarvoor doeltreffende maatregelen nodig zijn, is de recente sterke daling van de aardolieprijs die aanhoudt. De druk wordt verder opgevoerd met de komst van de Covid-19-pandemie. 
Hoge financieringsbehoefte De financieringsbehoefte van de regering blijft hoog door overheidsuitgaven die niet in lijn zijn met haar inkomsten. Dalende aardolie inkomsten en Covid-19 gerelateerde uitgaven zullen de financieringsbehoefte van de overheid verder laten toenemen. Ook kan het vermogen van de Staat om aan haar schuldenverplichtingen te voldoen onder druk komen. De kredietbeoordelaar gelooft dat er ten minste een op de drie kans is dat ons land haar schuldverplichtingen in de komende 12 maanden niet nakomt.
Ook de ‘valutawet’ meegenomenOok de aanname van de 'Wet Controle Valutaverkeer en Transactiekantoren'  (valutawet) op 21 maart in De Nationale Assemblee is niet onopgemerkt gebleven. Deze wet legt beperkingen op bij het gebruik van vreemde valuta en eist het omzetten van contracten naar Surinaamse dollar voorwaarden. Standard and Poor’s verduidelijkt evenwel dat de genoemde beperkingen niet van toepassing zijn op de verplichtingen in vreemde valuta van de overheid.